Wortels
Voor het rekenen met wortels dien je wel enige kwadraten uit
het hoofd te kennen. We gaan er maar even vanuit dat we zonder rekenmachine
werken. Bekijk het onderstaande rijtje maar eens:
4 = 2
2
9 = 3
2
16 = 4
2
25 = 5
2
etc etc tot en met
400 = 20
2
Optellen/aftrekken van wortels
Mag mits het getal onder het wortelteken maar gelijk is. Voorbeelden:
1)
Ö3 + 2
Ö3 = 3
Ö3
2) 2
Ö5 + 3
Ö5 = 5
Ö5
3) 8
Ö13 - 3
Ö13 = 5
Ö13
Vermenigvuldigen van wortels
Mag onbeperkt. Voorbeelden:
4)
Ö3 x
Ö5 =
Ö3 x 5 =
Ö15
5) 2
Ö7 x 3
Ö3 = 2 x 3 x
Ö7 x 3 = 6
Ö21
Delen van wortels
Mag ook. Kijk maar eens goed naar onderstaande voorbeelden:
6)

7)

8)
Vereenvoudigen van wortels
Soms kun je wortels, net als breuken, vereenvoudigen. Daarvoor moet je bovenstaande kwadraten wel een beetje kennen. Wat voorbeelden:
9)
Ö20 =
Ö4 x
Ö5 = 2 x
Ö5 = 2
Ö5
10) 4
Ö32 = 4 x
Ö16 x
Ö2 = 4 x 4 x
Ö2 = 16
Ö2
11)
Wortels in de noemer
Hoe werk je wortels in de noemer weg? Door ze te vermenigvuldigen met de wortel uit de noemer.
Kijk maar naar het voorbeeld:
12)

Iets lastiger:
13)
Er zijn
sommen met uitwerkingen beschikbaar.
Noordhoff wiskunde in je pocket Alle basiskennis van het vak overzichtelijk bij de hand in één compact minigidsje.
- ideaal opzoekboekje voor schoolverlaters
- handig geheugensteuntje voor scholieren
- naslaghulp voor eindexamenkandidaten
Klik om te bestellen.
|