Logaritmen

Hieronder de rekenregels voor logaritmen met een enkel voorbeeld.

REGELVOORBEELD
alog b = c <=> ac = b
Voorwaarden:
a>0 en a¹1 en c>0
5log 125 = 3 , want 53 = 125
alog 1 = 0  (want a0 = 1)  
alog a = 1 (want a1 = a)  
alog b = log b
log a
5log 12 = log 12
log 5
= 1,54
 
alog bp = p.alog b
5log 43 =3.5log 4 = 3. log 4
log 5
=3.0,861 = 2,58

wiskunde in je pocketNoordhoff wiskunde in je pocket
Alle basiskennis van het vak overzichtelijk bij de hand in één compact minigidsje.
  • ideaal opzoekboekje voor schoolverlaters
  • handig geheugensteuntje voor scholieren
  • naslaghulp voor eindexamenkandidaten
Klik om te bestellen.