Opgaven kansen

Opgave 1
In een loterij met drie prijzen zijn 100 loten verkocht. De kopers zijn in drie groepen verdeeld:
groep a telt 39 persoenen, diel elk n lot kochten,
groep B telt 14 personene, die elk twee loten kochten,
groep C telt 11 personen, die elk drie loten kochten. Bij de trekking worden na elkaar zonder teruglegging droe lotnummers getrokken, waarop achtereenvolgens de eerste, de tweede en de derde prijs vallen.
a) Bereken de kans dat de eerste prijs in groep C valt.
b) Bereken de kans dat de eerste prijs in groep C valt en de tweede en de derde prijs in groep B vallen.
c) Bereken de kans dat n persoon uit groep C alle prijzen wint.

Opgave 2
Vier personen A, B, C en D spelen met een zuivere dobbelsteen waarbij D gooit.
Indien D 1 of 2 gooit, krijgt A n punt.
Indien D 3 of 4 gooit, krijgt B n punt.
Indien D 5 of 6 gooit, krijgt C n punt.
Degene die het eerst twee punten heeft is winnaar.
a) Bereken de kans dat A in twee worpen wint.
b) Bereken de kans dat B in precies drie worpen wint.
c) Bereken de kansd dat C in precies vier worpen wint.

Opgave 3
In een doos zitten 10 kaarten.
Op elke kaart staat 1 cijfer.
Op 1 kaart staat het cijfer 1.
Op twee kaarten staat het cijfer 2.
Op drie kaarten staat het cijfer 3.
Op vier kaarten staat het cijfer 4.
Men neemt aselect viermaal achtereen zonder terugleggen een kaart uit de doos en legt die kaarten in volgorde van trekking van links naar rechts voor zich op tafel met het cijfer boven, zodat een getal van vier cijfers ontstaat.
a) Hoe groot is de kans dat het getal 2143 gevormd wordt?
b) Hoe groot is de kans dat het getal 2233 gevormd wordt?
c) Hoe groot is de kans dat het gevormde getal geen 2 en geen 3 bevat?

Antwoorden zijn ook beschikbaar.

wiskunde in je pocketNoordhoff wiskunde in je pocket
Alle basiskennis van het vak overzichtelijk bij de hand in één compact minigidsje.
  • ideaal opzoekboekje voor schoolverlaters
  • handig geheugensteuntje voor scholieren
  • naslaghulp voor eindexamenkandidaten
Klik om te bestellen.