Complexe getallen
Ooit leerde je dat kwadraten nooit negatief konden zijn.
Maar stel je voor dat dat wel kan. Dat er een getal is waarvoor geldt dat het kwadraat daarvan -1 is.
Als we dat getal i (van imaginair) noemen dan geldt i
2 = -1 en dus:
i =
Ö-1
Ö-1 = i
Ö-2 =
Ö-2i
(want:
Ö-2i
· Ö-2i =
Ö4i
2 = 2
· -1 = -2)
Ö-3 =
Ö-3i
(want:
Ö-3i
· Ö-3i =
Ö9i
2 = 3
· -1 = -3)
Ö-4 = -2i
(want:-2i
· -2i = 4i
2 = 4
· -1 = -4)
Een complex getal kun je schrijven in de vorm van
ax +
bi waarbij
a en
b reële getallen zijn.
a noem je het reële deel en
b het imaginaire deel van het complexe getal.
Voorbeelden zijn: 2 + i, 1 - 2i etc.
Optellen van complexe getallen
Zoals je gewend bent:
2 + 2i + 3 - i = 2 + 3 + 2i - i = 5+ i
-1 - 3i + 3 + i = -1 + 3 -3i + i = 2 - 2i
Vermenigvuldigen van complexe getallen
(a + bi)
· (c + di) = ac + adi + bci + bdi
2 = ac + adi + bci - bd
Voorbeeld
Bereken:
a) (2 + i)
· (-1 - i)
b) (-3 - i)
· (3 + 2i)
Oplossing
a) (2 + i)
· (-1 - i) = -2 - 2i - i - i
2 = -2 - 3i - -1 = -1 - 3i
b) (-3 - i)
· (3 + 2i) = -9 - 6i - 3i - 2i
2 = -9 - 9i + 2 = -7 - 9i
Delen van complexe getallen
Neem twee complexe getallen bv:
a +
bi en
c +
di en deel die op elkaar:

Vermenigvuldig de noemer dan met
cx -
di
Dat geeft als voordeel dat je in de noemer een getal overhoudt namelijk:
(
cx +
di)
· (
cx -
di) =
c2 -
cdi +
cdi -
d2i
2 =
c2 +
d2
Voorbeeld
Bereken:
Oplossing
Worteltrekken uit complexe getallen
Öa + bi is zelf ook weer een complex getal:
c +
di. Dus bijvoorbeeld:
Ö3 + 4i =
c +
di
Dat laatse zou je kunnen oplossen:
3 + 4i = (
c +
di)
2
3 + 4i =
c2 -
d2 + 2
cdi
Hieruit volgt:
I:
c2 -
d2 = 3 en
II: 2
cd = 4 ⇔
cd = 2 ⇔
d = 2/
c
d = 2/
c invullen in I
c2 - 4/
c2 = 3 Alle termen vermenigvuldigen met c
2
III:
c4 - 4 = 3
c2
Stel
c2 =
x invullen in III
x2 - 4 = 3
x
x2 - 3x - 4 = 0
(
x - 4)(
x + 1) = 0
x = 4 of
x = -1 beide weer invullen voor
c2 =
x
c2 = 4 of
c2 = -1
c en
d moeten zelf reële getallen zijn dus
c2 = -1 is geen opossing.
Je houdt over:
c2 = 4 dus
c = 2 of
c = -2 Invullen in II:
Als
c = 2 dan
d = 2/2 = 1
Als
c = -2 dan
d = 2/-2 = -1
Conclusie:
Ö3 + 4i = 2 +
i of
Ö3 + 4i = -2 -
i
Er zijn
sommen met uitwerkingen beschikbaar.
Noordhoff wiskunde in je pocket Alle basiskennis van het vak overzichtelijk bij de hand in één compact minigidsje.
- ideaal opzoekboekje voor schoolverlaters
- handig geheugensteuntje voor scholieren
- naslaghulp voor eindexamenkandidaten
Klik om te bestellen.
|